< Bekijk de vorige editie uit juni 2015
Toptalenten primair en voortgezet onderwijs

Geïnterviewden

  • Pieter Snel, docent
  • Mariska van Wijngaarden, projectleider

Talentontwikkeling op het Tiener College

Gestuurde vrijheid als basis voor talent

Het Tiener College is een programmalijn, ontwikkeld door basis- en voortgezet onderwijs, waar kinderen in de leeftijd van 10 tot 14 jaar met persoonlijk onderwijs de kans krijgen hun talenten optimaal te ontwikkelen. Leerlingen volgen dagelijks het onderwijsprogramma dat volledig voldoet aan alle kerndoelen en referentieniveaus van het basis- en voortgezet onderwijs leerjaar 1 en 2, uiteenlopend van vmbo tot gymnasium.

Een van die mensen van het eerste uur is Mariska van Wijngaarden. “We zochten naar een vorm om leerlingen in de overgang primair - voortgezet onderwijs goed te bedienen, niet alleen die kinderen die behoefte hadden aan uitstel van een vo-keuze, maar ook diegenen die in groep 7 of 8 hun horizon wilden verbreden. Daarbij was de consensus dat we het onderwijs anders vorm wilden geven, innovatie stond bij ons hoog op de agenda.” Pieter Snel maakte ook onderdeel uit van de pioniersgroep. “We vonden het idee van Big Picture-learning erg aantrekkelijk, vooral het persoonlijk leerplan. Met de leerling en de ouders stel je doelen voor het komende jaar: wat wil je bereiken, waar wil je aan werken, welke onderwerpen die nu niet in het curriculum voorkomen wil je verkennen. Ook geven we per vak aan welk niveau een leerling heeft en naar welk niveau deze toewerkt.”

“Centraal staat de individuele leerling en zijn talent”, vertelt Van Wijngaarden. “Wij leggen de nadruk op waar zijn kracht ligt. Dan kunnen leerlingen groeien en boven zichzelf uitstijgen. Een klein voorbeeld, we kregen vier leerlingen met dyslexie binnen die gefrustreerd uit het oude systeem kwamen. Bij ons mochten ze als uitkomst van projecten filmpjes of presentaties houden. Dat konden ze geweldig, en je ziet ook dat ze de stof prima aankunnen. Je ziet ook dat leerlingen op die leeftijd heel goed keuzes kunnen maken over hun leerproces. Vanuit dit vertrouwen kun je met leerling, ouder en begeider gefundeerde keuzes maken.”

Ruimte maken voor eigen keuzes

“Als je wilt dat leerlingen hun eigen keuzes maken”, zegt Snel. “Dan moet je ook ruimte maken in het rooster. In de ochtend behandelen we de gewone schoolvakken. We integreren de kennis: taal komt ook aan bod bij geschiedenis en aardrijkskunde. In de middag hebben we ruimte voor leervragen van de leerlingen. Ze zijn bezig met eigen, individuele onderzoeken die uit hun eigen interesse zijn ontstaan. Uit de lesstof van de ochtend komen ook weer kleine projecten. En ze werken elke maand in teams aan een groot project. Groep 7 en 8 maken nu een krant, klas 1 en 2 maken een talkshow. Ook hier wordt de leerstof van de vakken aan elkaar verbonden. Leerlingen plannen zelf de middag: wanneer doe ik wat. Voor het grote project overleggen ze met hun teamgenoten.”

Essentieel is om de ruimte te bieden binnen een duidelijke structuur. Van Wijngaarden: “Ik noem het gestuurde vrijheid. We hebben een studiewijzer die zes weken vooruit loopt, leerlingen die dat aankunnen kunnen op basis daarvan een plan van aanpak maken hoe en wanneer ze de lesstof verwerken. Met onder andere de studiewijzer en de dagindeling bieden we helderheid. Daarbinnen kunnen de leerlingen zelf keuzes maken. Onderdeel van onze opzet is ook dat we niet altijd ingrijpen, soms moeten ze op hun neus gaan. Daar leren ze van. Doe je dat niet, dan blijft de school de regisseur van het leerproces. Bij een terugval in prestaties gaan we in gesprek. Leerlingen krijgen zoveel ruimte als ze aankunnen en dat verschilt per kind.”

“We voeren drie gesprekken per jaar met een leerling en zijn ouders”, zegt Snel. “Elke week doen we korte gesprekken per leerling over hun leerplan. Als docent geef je gewoon les, maar ben je vooral aan het rondlopen. ‘s Middags zitten overal groepjes en individuele leerlingen te werken. We luisteren en kijken mee, stellen de juiste vragen om leerlingen verder op weg te helpen. En we zijn er voor om de afspraken te bewaken. Ouders zijn een belangrijk onderdeel voor het onderwijs, samen met ons maken ze het onderwijs. We maken ook gebruik van hun expertise, of het nu gaat om koken, techniek of communicatie. Zij kunnen presentaties verzorgen waar weer projecten uit kunnen voortkomen.”

Vertrouwen in de professionaliteit van je collega

Voor Van Wijngaarden zijn lef en durf belangrijke kwaliteiten voor een docent op het Tiener College. “Je moet je kunnen openstellen, luisteren naar de leerlingen en soms je eigen opvattingen opzij zetten. Ook moet je kunnen vertrouwen op de professionaliteit van je collega’s: je doet het samen. Aan het einde van de dag nemen we als team de dag door en kunnen we elkaar vragen stellen en dilemma’s voorleggen. We gaan samen op zoek naar oplossingen. Er is een app-groep waar we ideeën kunnen spuien. Na een gebeurtenis als Parijs begon dat op zaterdag, de dag erna, al te lopen: heel veel ideeën hoe we met de leerlingen het gesprek hierover konden aangaan.”

De effecten van de aanpak zijn zichtbaar bij de ontvangende scholen. Snel: “Als een leerling van onze klas 2 naar klas 3 op een andere school gaat, hebben we een uitgebreid gesprek met de mentor, de leerling en de ouders. Na een half jaar nodigen we de leerling uit om te reflecteren op zijn tijd bij ons en hoe goed hij voorbereid is op de nieuwe school. Wat we terugkrijgen, ook van de scholen zelf, is dat onze leerlingen afsteken tegen de rest als het gaat om zelfstandigheid, creativiteit en metacognitie. Om de overgang tussen het Tiener College en de nieuwe school makkelijker te maken kunnen leerlingen, als ze dat willen, in hun laatste jaar al vakken volgen op de nieuwe school.”

Het ideaal voor Van Wijngaarden is om dit concept uit te breiden. “We hebben nu voor het eerst leerlingen uit groep 5 en 6. Die uitbreiding zal doorgaan naar de kleuters onder de naam Junior College. Mijn wens zou ook zijn om de programmalijn uit te breiden naar boven, opleiden tot een diploma. Wat we al wel doen, en dat is ook deel van onze opdracht, is onze kennis en ervaring doorgeven aan de scholen onder de twee besturen. Je ziet ook dat de scholen geïnteresseerd zijn en aan de slag gaan. Het ideaal is om onszelf overbodig te maken, maar ik denk niet dat dat op korte termijn gaat gebeuren.”

Leerlingen aan het woord

Zoë | 13 jaar
Op mijn oude school zat ik niet op mijn plaats, ik had het er niet naar mijn zin. In groep 7 ben ik toen hier gekomen. Het is erg fijn dat je de vrijheid hebt om zelf te bepalen welke opdracht je gaat doen. Je mag ook vooruit werken, als je dat wilt. Dat doe ik met vakken als biologie en geschiedenis. Je mag alle vakken ook op je eigen niveau doen. Op de vrijdagochtend ga ik naar een middelbare school en doe ik mee met een klas daar, met een kunst- en cultuurproject. Ik vond dat in het begin spannend, maar het gaat goed, en ik leer ook leerlingen daar kennen.Ik heb ontdekt dat ik acteren erg leuk vind, ik zou ook actrice willen worden. En vroeger vond ik schrijven niet zo leuk, maar nu wel. Ik schrijf een boek en ik hoop dat eind van het jaar uit te geven.

Bono | 11 jaar
Op mijn vorige school zagen mijn leraressen al snel dat ik meer aankon, alleen konden ze me dat niet bieden. Hier bij het Tiener College wel, en ik kan op mijn eigen manier leren. We maken onze eigen planning. Ik zit voor bijvoorbeeld aardrijkskunde in een hogere klas, dan moet ik wel overleggen met de docent omdat op die tijd ik een ander vak heb. Dan kom ik zelf met een plan, als de docent dat goed vindt kan ik dat gewoon doen. Wat ik niet had verwacht is dat ik hier heb ontdekt dat ik goed ben in presentaties geven. En ik vind het ook leuk. Op een congres voor docenten in Galgewaard heb ik een presentatie over de school gehouden. Dat was erg leuk. En daar heb ik weer een project over gemaakt.